Nederlands–Fries woordenboek

Friese vertaling van het Nederlandse woord pijp

Nederlands → Westerlauwers Fries
  
NederlandsWesterlauwers Fries (indirect vertaald)Esperanto
piip
🔗 Is er geen pijp bij jullie buit?
(schacht; staaf)
stange
(buis; kanaal; steel)
buis
;
piip
(fluit)
fluit
;
fluite
🔗 De muziek—vedels en pijpen—werd luider naarmate ik verderging.
de pijp aan Maarten geven
(doodgaan; sterven; verscheiden; versmachten; heengaan; de kraaienmars blazen; ontslapen; het loodje leggen; het tijdelijke voor het eeuwige verwisselen; de pijp uit gaan; de geest geven; de laatste adem uitblazen; aan zijn eind komen)
deagean
;
de pijp uit gaan
(doodgaan; de kraaienmars blazen)
deagean
;
(bieslook)
biezelok
tabakspijp
(pijp)
piip